Weven

Uit Technotheek
Ga naar: navigatie, zoeken
Weven
250px
Eigenschappen
Categorie: Technieken
Originele auteur: Lindsay Hovenier en Milou Mulder
Jaar: 2010
Wikipedia link: Weven Weaving

Inhoud

Definitie/Beschrijving

Weven is het vervlechten van verticale en horizontale groepen draden tot textiel. Ofwel textiel vervaardigen door draden dooreen te vlechten. Tegenwoordig kan er met verscheidene soorten materiaal geweven worden.

Materialen

  • Textiel; Wol, vlas, zijde, katoen en linnen
  • Kunststof; voornamelijk polyester en polypropyleen
  • Metaal; voornamelijk RVS, fosforbrons
  • Papier, hout en natuurlijke materialen zoals wilgentakken en riet

Gereedschap

Het weven gebeurt op een weefgetouw, na de automatisering ook wel weefmachines genoemd. weven kan zowel handmatig als machinaal. Het handmatig weven wordt veelal alleen nog door hobbyisten gedaan. Naast het weefproces zelf, kunnen de machines tegenwoordig zelf ook voorbereidingen treffen en controles uitvoeren. Dit maakt de mens in het proces bijna overbodig.

Weefgetouw.png

Het weefgetouw bestaat uit een aantal onderdelen. Zo een weefgetouw een aantal schachten, een riet, een spoel, een doekrol en een kettingboom. In de schachten of ook wel weeframen genoemd zitten hevels. Dit zijn metalen ogen waar de verticale draden (kettingdraden) door worden geregen. Schachten zorgen ervoor dat de kettingdraden omhoog en omlaag kunnen en de spoel neemt de horizontale draad (inslagdraad) door de kettingdraden, die afwisselt hoog en laag zijn. Een riet is een kam die de kettingdraden op gelijke afstand van elkaar houden en deze kan de inslagdraad tegen de weefselrand aandrukken. Aan de kettingboom zullen de kettingdraden worden bevestigd en op de doekrol zal het weefsel worden gerold. Met alleen een weefgetouw kan er nog niet geweven worden. Daarvoor hebben we ook nog een klossenrek, klossen met garen voor nodig.

Proces

Voorbewerking

Voordat er geweven kan worden zijn er eerst draden nodig. Deze draden worden, afhankelijk van het materiaal, gesponnen of geextrudeerd. Wanneer het materiaal de juiste vorm heeft om verwerkt te kunnen worden in een weefsel, wordt het vaak eerst nog gebleekt of geverfd.

Weefproces

Bij het weven worden er een aantal draden parallel op het weefgetouw gespannen. Deze gespannen draden heten ook wel schering of ketting. Vervolgens worden er één voor één draden, haaks op de schering, afwisselend voor- en achterlangs de schering ingelegd. Deze draden heten inslag. De inslagdraden worden aangeslagen, hierdoor worden de scheringdraden geheel bedekt. Tijdens het weefproces worden eigenlijk twee patronen door elkaar heen geweven. Het bindingspatroon en het decoratieve patroon. Het bindingspatroon was nodig voor de stevigheid van de stof, zeker op plaatsen waar nauwelijks patroon zat.

De scheringsdraden moeten kunnen bewegen om ruimte te maken voor de inslag. Afhankelijk waarop dit gebeurt, onderscheid men drie soorten getouwen. De schachtengetouwen, het Dobby-getouw en het Jacquardgetouw.

  • De eerste en oudste soort getouw is het schachtengetouw. Hierbij worden de kettingdraden in groepen doormiddel van schachten op een neer bewogen. Hiermee worden zeer eenvoudige bindingen geweven. De aansturing van de schachten gebeurt door middel van nokken op de weefas.
  • Een ander getouw is het dobby-getouw. De kettingdraden worden in kleine bosjes omhoog en omlaag bewogen. Hierbij zijn al een beperkt aantal meer bindingsvariaties mogelijk. Het dobby-getouw zal alleen maar strepen, blokjes, ruiten en visgraatmotieven kunnen maken.
  • Het meest geavanceerde getouw is het jacquardgetouw. Bij dit getouw kan elke kettingdraad afzonderlijk van elkaar worden aangestuurd. Dit maakt ingewikkelde patronen mogelijk. Hiervoor is er een jacquardkop op de machine geplaatst. De jacquardkop is voorzien van kartonnen kaarten met gaatjes, die volgens een patroon erin zijn geslagen. (daarover meer in bindingen en patronen) De gaatjes in de kaarten en de werking van de jacquardkop bepalen of een kettingdraad omhoog of omlaag wordt getrokken. Tijdens het weven wisselen de ponskaarten. Hierdoor wordt elke keer andere kettingdraden omhoog en omlaag getrokken, waardoor het motief in het doek ontstaat.

Tegenwoordig worden over het algemeen alleen het jacquardgetouw en het dobby-getouw nog gebruikt. Beiden volledig geautomatiseerd.

Bindingen en patronen

Platbinding

Het patroon waarmee ketting en inslag elkaar kruisen, heet de binding. De machine wisselt volgens een bepaald ritme de kettingdraden, afhankelijk van het type binding dat wordt geweven. Er zijn diverse weefbindingen, deze zijn in drie hoofdgroepen onderverdeelt. Namelijk de platbinding, de keperbinding en de satijnbinding.

De platbinding: één op, één neer

De platbinding is de eenvoudigste binding. In een weefsel kruisen de draden elkaar steeds één op, één neer. De kettingdraden worden elke keer tegenovergesteld omhoog getild.

Kenmerken van een platbinding zijn:

  • De voor- en achterkant van een stof zien er hetzelfde uit.
  • Door het gebruik van verschillende kleuren garens kunnen strepen of ruiten worden geweven.
Keperbinding

Gestreepte en geblokte thee- en zakdoeken zijn voorbeelden van weefsels die met deze binding worden geweven.

Keperbinding: één op, twee neer

In de keperbinding kruisen de ketting- en inslagdraden elkaar minstens één op, twee neer. Na de eerste inslagdraad, wisselen de kettingdraden. Elke keer komt de volgende kettingdraad omhoog. Het ritme blijft wel één op, twee neer, alleen wisselen elke keer de omhoog getrokken kettingdraden. Na minstens drie inslagdraden begint het ritme weer van voren af aan.

Kenmerken van een keperbinding zijn:

  • Er zijn altijd diagonalen zichtbaar in de stof
  • Met deze binding kan een visgraatmotief worden geweven.

Satijnbinding: één op, vier neer

Satijnbinding

In een satijnbinding kruisen de ketting- en inslagdraden elkaar minstens één op, vier neer. De eerste, de zesde, de elfde draad en zo verder wordt opgetild om de inslagdraad eronder door te laten. De inslagdraad gaat dus over de andere draden heen. Met het wisselen van de kettingdraden veranderen de omhoog getrokken kettingdraden, maar het ritme van één op, vier neer blijft. Na minstens vijf inslagdraden begint het ritme weer van voren af aan.

Het is aan de bovenzijde overheersen van inslagdraden wordt inslagsatijn genoemd. Bij een kettingsatijn is het precies andersom, dan overheersen de kettingdraden.

Kenmerken van een satijnbinding zijn:

  • Het weefsel ziet er meestal vrij glad uit.
  • In vergelijking met een platbinding is het veel dichter van structuur.

Soepel vallende, gladde gordijnstof en tafelgoed zijn voorbeelden van stoffen in deze binding.

Veel mensen denken dat satijn een glanzende grondstof is. Dit klopt niet. Satijn is een stof geweven in een satijnbinding. Alle grondstoffen worden gebruikt.

Patronen

Om te weten wat er geweven moet worden zijn er patronen nodig. De wijze waarop patronen gemaakt worden is het best uit te leggen aan de hand van een zwart/wit afbeelding vergroot totdat pixels zichtbaar zijn. Elke zwarte pixel zal het patroon bepalen. Op de plekken dat de zwarte pixels zitten komt een gat in een patroonkaart voor een handweefgetouw, en machinaal worden deze pixels ingevoerd en uitgelezen door de machine.

Om de site van META’s weefgetouwen is software te vinden om weefpatronen te maken. Ook zijn hier voorgeprogrammeerde bestanden beschikbaar van een aantal basis steken.

Nabewerking

Vrijwel alle weefsels worden na het weven nog nabewerkt. Niet alleen om het materiaal de juiste vorm te geven, maar ook om eigenschappen toe te voegen. Het materiaal kan door middel van nabewerking bijvoorbeeld waterdicht of brandwerend gemaakt worden. De nabewerking van de weefsels is voor ieder materiaal verschillend. Hieronder worden de verschillende nabehandelingen besproken: Kunststof weefsel krijgt na het weven een warmtebehandeling. Dit zorgt ervoor dat de spanning uit de draad verdwijnt en de draden onderling verbonden worden zonder dat het materiaal aan elkaar smelt. Dit gebeurt onder een temperatuur van rond de 200 graden. RVS-weefsel wordt na het weven ‘gestrekt’, er wordt dan een trekkracht op het materiaal uitgeoefend om te zorgen dat het materiaal vlak wordt. RVS voor achitectonisch gebruik krijgt altijd een nabehandeling om te voorkomen dat het gaat roesten. Er wordt een coating aangebracht door middel van beitsen of een zuurbad. Fosforbrons wordt gegloeid. Dit zorgt ervoor dat het materiaal zachter wordt en beter vervormd kan worden zonder dat de draden breken. Omdat wol na het weven nog niet zacht is wordt het nabehandeld met heet water, soda en ammoniak. Dit zorgt er voor dat de wol uitzet en voller wordt. Nadat textiel geweven is wordt het gecontroleerd op fouten en oneffenheden. Dit wordt noppen en stoppen genoemd. Daarna wordt het afgesneden en de randen worden afgewerkt.

Toepassingen

Weefpatroon in kleding

De toepassingen van geweven materialen zijn sterk afhankelijk van het materiaal waarmee geweven is. Er wordt geweven met diverse soorten materiaal om van lange draden of vezels grote oppervlakken te maken. Deze oppervlakken kunnen op verschillende manieren gemaakt worden. Zo kun je met weven hele luchtige oppervlakken maken waarbij er weinig materiaal per cm² is, maar je kunt ook hele dichte oppervlakken maken waarbij er veel materiaal per cm² is. Het materiaal kan vrijwel geheel water en luchtdicht zijn, maar ook veel water en lucht doorlaten. Hieronder zijn enkele toepassingen van geweven producten van verschillende materialen te zien:

  • Kunststof: Kunststof matten, trampolines etc., meubelen, kleding
  • Textiel: Kleding, meubilair, woningbekleding. In combinatie met epoxy heeft textiel vele toepassingen. Er kan dan een licht en hard materiaal gecreëerd worden.
  • Wol: Kleding, meubilair
  • Metaal: machinebanden, gordijnen, openhaard dingen, douchegordijnen, beveiliging, plafondbedekking, sieraden, roomdividers, filters, zonwering, architectuur, gevelbekleding, sushimatjes
  • Papier/karton: Manden, meubilair
  • Hout: Raambekleding, zonwering, gevelbekleding, architectuur
  • Riet: Meubilair, manden

Voordelen

  • Licht
  • Sterk
  • Rekbaar
  • Geschikt voor vele toepassingen en materialen

Nadelen

  • Rekbaar
  • Beperkt recyclebaar
  • Wanneer er een gat in komt zijn er meerdere draden kapot en zal uiteindelijk de hele lap uiteen vallen.

Milieuaspecten

De techniek weven is een weinig milieubelastende techniek.Toch is de textielindustrie één van de meest vervuilende industrien, dit komt doordat de voor en nabewerking van het materiaal vaak zeer vervuilend is. Bij de productie van textiel worden vaak chemicaliën gebruikt om het materiaal te bleken en of te verven. Wanneer wol geweven wordt, wordt het vaak nabehandeld met heet water, soda en ammoniak om het weefsel voller en dichter te maken. Ook metalen weefsels worden meestal nabewerkt met behulp van schadelijke chemicalien.

Kenniscentra

Leveranciers

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Hulpmiddelen